Levensecht leren in de bakkerijwinkel van GO! campus Wemmel
Op GO! campus Wemmel leren bakkerijleerlingen voortaan in een echte winkel. De nieuwe didactische bakkerijwinkel brengt vakmanschap, klantencontact en realistische tijdsdruk samen. Zo sluiten de opleidingen nog beter aan bij ons sStrategisch Plan GO! 2030, met de nadruk op levensechte leeromgevingen.
Een bakkerijwinkel op school was al langer een stille ambitie. “Het was altijd een beetje een droom,” zegt Diederik Verpoucke, technisch adviseur coördinator op de school. “Ik voelde dat onze leerlingen nood hadden aan echt klantencontact.” Maar zo’n winkel realiseren is niet vanzelfsprekend. Je ziet wel vaker dat een hotelschool een restaurant uitbaat, maar bij bakkerij komt dat veel minder voor.
“Een restaurant kan snel opstarten,” legt Diederik uit. “Als de producten binnenkomen, kan je meteen beginnen koken. In een bakkerij is dat anders. Brood heeft tijd nodig. Je moet mengen, kneden, laten rijzen en weer laten rusten. Pas dan kan je bakken en dan moet het brood nog voldoende afkoelen.” Die langere doorlooptijd maakt de organisatie binnen schooluren een stuk uitdagender en verklaart waarom schoolbakkerijwinkels zeldzaam zijn. Dat maakt het extra bijzonder dat het hier wel gelukt is.
Van kneden tot kostprijs berekenen
Tot voor kort maakten de leerlingen vooral producten voor het internaat of voor occasionele bestellingen binnen de school. Daardoor misten zij het realisme van een echte verkoop. “Onze leerlingen hadden geen vaste klantenstroom zoals in het restaurant. Dat betekent weinig directe feedback, weinig tempo en weinig zicht op wat consumenten vandaag verwachten,” zegt Diederik. Maar die feedback is belangrijk, want de stiel verandert snel. “Er zijn hogere kosten, er is meer automatisatie en klanten verwachten andere producten en een groter assortiment. Dan moet je die realiteit ook in je opleiding voelen.”
We werken nu veel arbeidsgerichter. De winkel geeft een realistischer beeld van de praktijk en dat is een grote meerwaarde voor de opleiding.
— — Diederik Verpoucke
Sinds oktober is de bakkerijwinkel drie namiddagen per week geopend. De ochtend is volledig voorbehouden voor het productieproces. “Leerlingen starten om half negen en ze hebben die tijd nodig om alles klaar te krijgen. Brood kan je niet versnellen,” benadrukt hij. De winkel is natuurlijk geen commercieel project. Het aanbod volgt wat de leerlingen moeten leren, het zijn de onderwijsdoelen die bepalen wat er gemaakt wordt. Ook PAV werd geïntegreerd: leerlingen doen kostprijsberekeningen, oefenen verkoopgesprekken en leren administratieve taken uitvoeren aan de hand van echte producties. Dat geeft een veel realistischer beeld omdat ze werken met echte prijzen. “Als bloem drie cent duurder wordt, lijkt dat niks. Maar voor een bakker kan dat een groot verschil maken. Dat inzicht krijgen ze nu al doende mee.”
Leerlingen versterken elkaar
De leerlingen oefenen nu alle facetten van het vak, voor en achter de schermen. Ze produceren brood, banket en patisserie en volgen hiervoor productieschema’s. Ze houden rekening met tijd en kwaliteit en bedienen klanten aan de kassa. “We merken dat sommige leerlingen echt openbloeien,” vertelt Diederik. “Derde- en vierdejaars vragen spontaan wanneer ze nog eens in de winkel mogen staan. Die motivatie is fijn om te zien.”
De leerkrachten maken een mix van leerlingen zodat ze elkaar kunnen ondersteunen. “We zetten bewust een sterkere leerling samen met iemand die nog wat meer begeleiding nodig heeft. Je ziet dat die rolverdeling werkt.” Ook klantenfeedback speelt een belangrijke rol. Diederik glimlacht: “Een klant zei laatst aan een leerling dat er te weinig zout in een brood zat. Dat komt heel anders binnen dan wanneer een leerkracht het zegt.”
Feedback van een klant komt anders binnen dan wanneer wij het zeggen. Dat maakt de ervaring heel levensecht.
— — Diederik Verpoucke
De eindproef in de winkel
De nieuwe eindproef sluit rechtstreeks aan bij de werking van de winkel. De zesdejaars nemen binnenkort een volledige periode lang de totale organisatie over. “Ze moeten de winkel helemaal runnen,” legt Diederik uit. “Ze bepalen wat er gemaakt wordt, hoe de planning loopt en ze nemen ook de verkoop op zich.”
De opdracht begint met het samenstellen van een assortiment, vaak gekoppeld aan een thema. “Iedereen krijgt een andere periode. De ene werkt rond de Sint, een andere rond Pasen. Zo blijft het gevarieerd en leerzaam,” zegt hij. Daarna plannen de leerlingen hoeveel er nodig is, wanneer er gemengd of gekneed wordt en hoe de taken worden verdeeld in de bakkerij.
Ook het organisatorische deel is een essentieel onderdeel van de proef. “We kijken naar hun input en output. Wat hebben ze aangekocht, wat hebben ze gemaakt en wat is er effectief verkocht.” Leerlingen maken een kostprijsberekening op basis van echte gegevens en sluiten af met een volledig financieel verslag. “Dat hoort erbij. Ze moeten begrijpen wat het betekent om een winkel te laten draaien, zelfs al is het maar voor één dag of één periode.”
De eindproef brengt alle onderdelen samen: techniek, organisatie, planning, communicatie, verkoop en financiële geletterdheid. “Het is de eerste keer dat ze echt alles samenbrengen,” zegt Diederik. “Je voelt dat ze daar enorm in groeien.”
Een leeromgeving die werkt
De bakkerijwinkel van GO! campus Wemmel creëert een leeromgeving die ongelooflijk dicht bij de beroepspraktijk staat. Leerlingen bouwen vakmanschap op, ontwikkelen zelfstandigheid en ervaren hoe het is om te werken in een echte bakkerijsetting. Het project sluit nauw aan bij de strategische visie GO! 2030 om leren zo authentiek mogelijk te maken en toont hoe krachtige leeromgevingen motivatie en groei versterken.
Foto's © GO! campus Wemmel