Vlaamse toetsen

Vlaamse Toetsen 3 Rh
  • Vanaf schooljaar 2023-2024 zullen alle lagere en secundaire scholen de Vlaamse toetsen afnemen. Dat zijn gestandaardiseerde, genormeerde en gevalideerde toetsen die netoverschrijdend worden afgenomen met als doel de interne kwaliteitszorg van scholen te ondersteunen en de onderwijskwaliteit te versterken.

  • De toetsen focussen in eerste instantie op Nederlands en wiskunde en zullen digitaal worden afgenomen en verwerkt. De Vlaamse toetsen zullen worden afgenomen op het einde van de 1e en 3e graad van het secundair onderwijs en op het einde van het 4e en 6e leerjaar basisonderwijs.

  • Het GO! formuleert 18 beleidsstandpunten rond het ontwerpproces en de uitvoering van de toetsen.

GO! standpunt Meer info

Vanaf schooljaar 2023-2024 zullen alle lagere en secundaire scholen de Vlaamse toetsen afnemen. Dat zijn gestandaardiseerde, genormeerde en gevalideerde toetsen die netoverschrijdend worden afgenomen met als doel de interne kwaliteitszorg van scholen te ondersteunen en de onderwijskwaliteit te versterken. De toetsen focussen in eerste instantie op Nederlands en wiskunde en zullen digitaal worden afgenomen en verwerkt. De Vlaamse toetsen zullen worden afgenomen op het einde van de 1ste en 3de graad van het secundair onderwijs en op het einde van het 4de en 6de leerjaar basisonderwijs. Elke leerling in het leerplichtonderwijs zal zo uiteindelijk vier keer een toets afleggen.

Omdat de invoering van de Vlaamse toetsen een strategisch belangrijke beslissing is, formuleerde het GO! 18 beleidsstandpunten rond het ontwerpproces en de uitvoering van de toetsen.

1. GO! visie op de Vlaamse toetsen 

1.1 Kwaliteitsontwikkeling met respect voor een brede inhoudelijke scope

Het GO! ziet de meerwaarde van de Vlaamse toetsen voor kwaliteitsontwikkeling  

Onze onderwijsprofessionals streven naar een zo groot mogelijke leerwinst, leermotivatie en leervermogen voor elke lerende. Het GO! wil kwaliteitsvol onderwijs realiseren door te evolueren naar een professionele leergemeenschap (PLG) die via gepersonaliseerd samen leren elk kind doet excelleren. In die PLG staat het permanente samen delen, onderzoeken en verbeteren van de praktijk centraal om zo het onderwijs voor alle leerlingen te verbeteren. Dit impliceert dat schoolleiders, begeleiders, leerkrachten, leerlingen en ouders (samen)werken vanuit een onderzoekende houding, bijdragen aan een onderzoekende cultuur in de school en voldoende datageletterd zijn.  

De Vlaamse toetsen hebben in dit verhaal voor het GO! een potentiële meerwaarde. We delen de bezorgdheid dat de resultaten uit peilingen en internationaal vergelijkend onderzoek voor bepaalde domeinen zoals wiskunde, wetenschappen en begrijpend lezen beter kunnen. Data uit de Vlaamse toetsen kunnen een bron van informatie zijn om de onderwijskwaliteit te versterken, zoals geformuleerd in het R-OK. De Vlaamse toetsen zullen op een goed gecontextualiseerde manier informatie kunnen bieden aan scholen, leerkrachten en leerlingen over de mate waarin de onderwijsdoelen worden bereikt. De Vlaamse toetsen kunnen scholen ook ondersteunen om hun verantwoordelijkheid op te nemen om de eigen onderwijskwaliteit te verbeteren, mits er wordt ingezet op voldoende training en professionalisering.   

Voor het GO! moeten de resultaten van de Vlaamse toetsen worden gebruikt om het onderwijsleerproces te ontwikkelen, met als einddoel het leren van de leerlingen te verbeteren. Dit staat tegenover een summatieve benadering die als doel heeft een oordeel te vellen over het leerresultaat van leerlingen en de leerwinst die scholen boeken. Het GO! pleit voor een ontwikkelingsgerichte aanpak van de Vlaamse toetsen met lage belangen omwille van de volgende redenen:  

- De aanvaarding van de toetsen door de stakeholders zal veel groter zijn in het ontwikkelingsgerichte perspectief. Onderwijsprofessionals en scholen zullen meer intrinsiek gemotiveerd zijn om de resultaten te gebruiken.
- Op het moment dat de uitkomsten van de toetsen van groter belang worden voor leerlingen, onderwijsprofessionals of scholen, zal de kans op ongewenst strategisch gedrag zoals teaching to the test of toetsfraude toenemen. Zo kunnen leerlingen in overdreven mate worden voorbereid op een selectie van eindtermen of kunnen scholen besluiten om (zwak presterende) leerlingen uit te sluiten. Uitkomsten van toetsen die worden gebruikt met het doel om het onderwijs te verbeteren, zullen minder gevoelig zijn voor dergelijk strategisch gedrag. 

Het GO! pleit ervoor om de toetsen een plaats te geven in het huidige kwaliteitsbeleid 

Het GO! pleit ervoor om de Vlaamse toetsen in het R-OK als een bron van informatie op te nemen. Het R-OK zet de verwachtingen uit voor kwaliteitsvol onderwijs en stimuleert scholen om een eigen kwaliteitsbeleid te maken. De toetsen zullen zo een versterking van de bestaande kwaliteitsdriehoek (school – onderwijsinspectie – pedagogische begeleiding) worden. Het decreet over de kwaliteit van het onderwijs stelt de school als verantwoordelijke en eigenaar van de eigen kwaliteit. De PBD-GO! ondersteunt de scholen daarbij en de onderwijsinspectie staat in voor het toezicht zonder daarbij de pedagogische vrijheid van de scholen uit het oog te verliezen. De eindtermen geven aan welke inhouden minimaal moeten worden gerealiseerd.  

Het GO! wil bijdragen aan de zoektocht naar het verhogen van de onderwijskwaliteit, onder meer via een evidence-informed beleid. Net als de Vlaamse onderwijsraad beklemtoont het GO! wel dat kwaliteit blijvend moet worden aangestuurd vanuit minimumdoelen en niet via toetsen. 

Het GO! pleit ervoor om de volledige inhoudelijke scope te blijven toetsen  

Kwaliteitsvol onderwijs is voor het GO! meer dan leerlingen die goed scoren op toetsen. De vorming van de leerling moet voldoende breed zijn, met wetenschappelijke en technologische, sociaal-culturele en ethische componenten in een goed evenwicht. Bovendien is kwaliteitsvol onderwijs voor het GO! verbonden met het nastreven van gelijke kansen en het tegengaan van maatschappelijke uitsluiting.  

De Vlaamse toetsen focussen op de goed meetbare cognitieve vaardigheden van de vakken Nederlands (begrijpend lezen, schrijven, grammatica) en wiskunde. Hoewel dit belangrijke basisvaardigheden zijn, waarschuwt het GO! ervoor dat de toetsen niet mogen leiden tot een verenging van het streefbeeld. Scholen mogen de toetsen niet als druk ervaren om zich eenzijdig te richten op cognitieve prestaties en vooral in te zetten op het boeken van leerwinst in Nederlands en wiskunde. Bovendien meten de Vlaamse toetsen slechts een deelaspect van Nederlands en wiskunde. Doordat niet alle deelaspecten van Nederlands en wiskunde worden gedekt met de toetsen, zal de inhoudsvaliditeit van de toetsen eerder laag zijn. Het GO! zet sterk in op geïntegreerd taalonderwijs waarin leerlingen vaardigheden en kennis over taal in onderlinge samenhang verwerven. Het geïsoleerd toetsen van de deelvaardigheden Nederlands (begrijpend lezen, grammatica en schrijven) mag niet leiden tot verkaveld taalonderwijs met een eerder technisch karakter. 

Het GO! vindt het essentieel dat in de visie op onderwijskwaliteit en in de evaluatie ervan ruimte blijft om de volledige inhoudelijke scope te toetsen. Daarom pleit het GO! ervoor om de moeilijker te toetsen competenties onder de verantwoordelijkheid van de scholen te laten vallen en hiervoor net- en koepelspecifiek toetsmateriaal te blijven gebruiken. Deze toetsen kunnen worden afgenomen op andere meetmomenten om overbelasting bij de leerlingen te vermijden. Het GO! vraagt ook in overweging te nemen om – in een latere fase - de Vlaamse toetsen te laten focussen op andere goed meetbare (bv. luistervaardigheden, Frans, Engels en STEM) en minder goed meetbare vaardigheden (bv. burgerschapsvaardigheden). Ten slotte vindt het GO! het belangrijk dat de toetsinhoud en -items nauw aansluiten bij het onderwijsmateriaal en dat de toetsen de vaardigheden meten die in de klas worden onderwezen. Als een toets over schrijfvaardigheden bestaat uit meerkeuzevragen of invulvragen, kan de constructvaliditeit in het gedrang komen, omdat ook andere vaardigheden zoals leesvaardigheden worden gemeten.

STANDPUNT 1: De toetsen dienen een ontwikkelingsgericht perspectief van kwaliteitsontwikkeling.  

STANDPUNT 2: De toetsen moeten een plaats krijgen in het huidige kwaliteitsbeleid. 

STANDPUNT 3: Het GO! gaat akkoord met de focus op Nederlands (begrijpend lezen, grammatica, schrijven) en wiskunde, maar wil ook de inhoudelijke scope verbreden door (1) net- of koepelspecifiek toetsmateriaal te gebruiken en (2) in een verdere toekomst nieuwe Vlaamse toetsen te ontwikkelen voor goed en minder goed meetbare vaardigheden. 


1.2 Doelstellingen van de Vlaamse toetsen voor het GO! 

Doelstellingen op het niveau van het systeem 

Op systeemniveau kunnen de uitkomsten van de Vlaamse toetsen van groot belang zijn, aangezien de resultaten een bron van kennis zijn over onderwijskwaliteit voor wiskunde en Nederlands. Het GO! kan de stroom aan data inzetten om de onderwijskwaliteit van zijn scholen nauwkeurig op te volgen en te onderzoeken welke richtingen scholen uitgaan. Trends in de resultaten op de Vlaamse toetsen kunnen aanknopingspunten zijn voor evaluatie en eventuele bijsturingen van het GO! beleid. De Vlaamse toetsen kunnen ook kennis bieden over de mate waarin onderwijsvernieuwingen, zoals voorzien in de uitrol van het strategisch plan, worden geïmplementeerd in het onderwijsveld.  

Doelstellingen op het niveau van de scholen 

Voor de scholen zijn de resultaten op de Vlaamse toetsen een extra hulpmiddel om de interne kwaliteitszorg te ondersteunen. De Vlaamse toetsen kunnen scholen aansporen om een onderzoekende en coachende houding aan te nemen en van daaruit zin en openheid te ontwikkelen om met, door en van elkaar te leren. Wanneer scholen de Vlaamse toetsen zullen afnemen, analyseren en van daaruit beslissingen nemen, werken ze specifiek aan de rubriek kwaliteitsontwikkeling uit het R-OK. Het is hierbij belangrijk dat scholen voldoende kansen moeten krijgen om hun beleid bij te sturen.  

De PBD-GO! zal inzage krijgen in de resultaten op schoolniveau en ziet kansen om scholen die minder goed scoren op de Vlaamse toetsen de nodige ondersteuning te bieden aan de hand van begeleidingstrajecten. De PBD-GO! zal de resultaten op de Vlaamse toetsen meenemen in het bepalen van de accenten in haar begeleidingsaanbod en in het maken van keuzes in het kader van begeleidingsovereenkomsten met scholen. Deze rol dient gehonoreerd te worden met de nodige middelen. 

Doelstellingen op het niveau van de lerarenteams/vakgroepen 

In de Poolstervisie wordt de nadruk gelegd op samenwerking tussen leraren en vakgroepen en dynamische werkvormen zoals teamteaching of coteaching. Het GO! ziet leren expliciet als een sociaal gebeuren binnen kernteams die samenwerken om voor een groep lerenden de kernopdrachten te vervullen, vaak over de leerjaren en vakken heen.  

Op het niveau van de lerarenteams/vakgroepen zijn goed gecontextualiseerde uitkomsten een mogelijke bron van zelfreflectie. Aangezien wie wat doet binnen het kernteam (lesvoorbereiding, instructie, coaching, evaluatie, mentorschap...), doorheen de jaren sterk kan wijzigen, zijn de resultaten op de Vlaamse toetsen in de eerste plaats een bron voor communicatie en samenwerking. Het GO! vindt het bovendien belangrijk dat de resultaten van de toetsen op dit niveau met de nodige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd en voldoende worden gecontextualiseerd. Onderzoek toont namelijk aan dat de toegevoegde waarde van leraren niet enkel samenhangt met de kwaliteit van het onderwijs, maar ook sterk afhankelijk is van andere factoren zoals de leerlingenpopulatie.  

Doelstellingen op het niveau van de leerlingen  

Een kwaliteitsvolle diagnose van de onderwijsbehoeften van individuele leerlingen is onmisbaar om de groei op te volgen en waar nodig bij te sturen. De leraren monitoren dit leerproces permanent aan de hand van brede evaluatie en tussentijdse feedback. Voor het GO! betekent dit dat de uitkomsten van de Vlaamse toetsen als één van de vele elementen kunnen worden meegenomen in een bredere beoordeling van de leerling. Het GO! vindt dat de eindverantwoordelijkheid voor studiebeslissingen bij de leraar en de klassenraad moet blijven. Scholen moeten zelf kunnen beslissen op welke manier ze de resultaten laten meetellen. Het GO! vindt het ook belangrijk dat scholen voldoende worden ondersteund bij het gebruik van resultaten van centrale toetsen in deliberatiebeslissingen van de klassenraad. Leerlingen mogen bijvoorbeeld niet eenzijdig worden afgerekend op tegenvallende resultaten van de Vlaamse toetsen. Wie leerlingoriëntatie en doorstroombeslissingen laat afhangen van één eindexamen, breekt de brede evaluatiecultuur van de school en richt de blik te eng op de leerling. 

Bovendien mogen de resultaten van het vierde leerjaar enkel worden meegenomen als premeting om de beginsituatie van de leerlingen in kaart te brengen. Het is volgens het GO! niet de bedoeling om te bekijken of eindtermen worden behaald op het niveau van het vierde leerjaar. Een rapportage voor het vierde jaar beschouwen we dan ook enkel als een premeting om leerwinst te kunnen meten op het einde van het zesde leerjaar.  

Daarnaast wil het GO!, zoals geformuleerd in de Poolstervisie, een onderzoekende houding bij elke lerende nastreven. Leerlingen moeten zelf hun leerproces in handen kunnen nemen en ontdekken waar ze nog extra ondersteuning nodig hebben. Daarom hebben leerlingen het recht om te weten hoe ze scoren en evolueren op de Vlaamse toetsen en moeten resultaten op een transparante manier naar hen worden teruggekoppeld.  

STANDPUNT 4: Op systeemniveau bieden de resultaten aanknopingspunten voor evaluatie van het beleid en eventuele bijsturingen ervan. 

STANDPUNT 5: Op schoolniveau zijn de resultaten één van de hulpmiddelen om kwaliteitszorg te ondersteunen.  

STANDPUNT 6: Op het niveau van lerarenteams/vakgroepen zijn de resultaten een bron van zelfreflectie en een bron van informatie voor het verbeteren van het onderwijsleerproces. 

STANDPUNT 7: Op leerlingniveau geven de resultaten richting aan het leerproces van de leerlingen. Ze kunnen worden meegenomen als één van de elementen in de globale beoordeling van de leerlingen door de klassenraad. Een rapportage voor het vierde leerjaar beschouwen we hierbij als een premeting om leerwinst in het zesde leerjaar te kunnen meten.  


2. Enkele pedagogische aandachtspunten volgens het GO! 

2.1 Het GO! is voor een zo inclusief mogelijke afname 

Het GO! wil zoveel mogelijk leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften bij de afname van de toetsen  betrekken en dit met de volgende argumenten: 

- België ondertekende het VN-verdrag voor personen met een beperking dat stelt dat een kind met specifieke onderwijsbehoeften recht heeft op inclusief onderwijs;
- Een niet-deelname van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften geeft een vertekend beeld van de gehele doelpopulatie. Als we willen dat scholen en professionals zich verantwoordelijk voelen om bij alle leerlingen leerwinst te boeken, dan is hun deelname noodzakelijk;
- Ten slotte is er het recht op deelname. Indien een leerling zou worden vrijgesteld van deelname aan een toets, is het mogelijk dat deze leerling de toets wel wil maken. Een dergelijke leerling moet de meest geschikte versie van de toets aangeboden krijgen. 

Het GO! pleit voor toetsaanpassingen in het regulier onderwijs 

Het GO! vindt dat alle leerlingen die het gemeenschappelijk curriculum volgen, moeten kunnen deelnemen, ongeacht het net of de koepel. Het GO! streeft naar gelijke ontwikkelingskansen voor iedereen en tracht met aangepaste ondersteuning beperkingen en achterstanden te compenseren. Er moeten daarom middelen worden voorzien om de toegankelijkheid van de toetsen te verzekeren voor alle leerlingen. Met behulp van redelijke toetsaanpassingen kan er tegemoet worden gekomen aan de verschillen tussen leerlingen in hun specifieke onderwijsbehoeften, in hun nood aan speciale leermiddelen en in het gevolgde curriculum.  

Het GO! vraagt daarom om zo inclusief mogelijk te werken en te vertrekken vanuit het principe van Universal Design of Assessment (UDA), wat inhoudt dat redelijke toetsaanpassingen beschikbaar zijn voor alle leerlingen. Toetsaanpassingen zijn mogelijk voor timing (bv. geven van extra tijd, rustpauzes), input (bv. voorleessoftware, text-to-speech, ondertiteling van videofragmenten), respons (bv. alternatieve opties voor antwoord), uitrusting (bv. extra hulpmiddelen zoals brailleleesbril) en presentatie (bv. groter lettertype mogelijk maken, zoomfunctie). Het aanbieden van deze toetsaanpassingen voor alle leerlingen verhoogt bovendien de standaardisatie van de afname.  

Het GO! vraagt ook om, indien nodig, specifieke toetsaanpassingen toe te kennen aan individuele leerlingen. Leerlingen die tijdens het schooljaar gebruik kunnen maken van REDICODIS-maatregelen en bepaalde hulpmiddelen, moeten daar ook gebruik van kunnen maken tijdens het afleggen van de toetsen. Hierbij moet de school zelf kunnen beslissen of een toetsaanpassing wordt gegund aan een bepaalde leerling (bv. een formularium). Om een valide analyse mogelijk te maken en de resultaten met elkaar te kunnen vergelijken, gaat het GO! ermee akkoord dat het toekennen van toetsaanpassingen aan individuele leerlingen wordt geregistreerd in een digitaal toetsplatform.  

Het GO! pleit voor afname bij zoveel mogelijk leerlingen met een individueel aangepast curriculum (IAC). Voor deze leerlingen gelden ook algemene en specifieke toetsaanpassingen. Wanneer de school oordeelt dat een leerling met een IAC niet in staat is om deel te nemen aan de Vlaamse toetsen, kan deze een opt-out voorstellen. 

Het GO! pleit voor een gedifferentieerde aanpak bij afname van de toetsen in het buitengewoon onderwijs 

De Vlaamse toetsen zijn ook een meerwaarde om de interne kwaliteitszorg te versterken in het buitengewoon onderwijs. Indien de toetsen niet zouden worden afgenomen in scholen voor het buitengewoon onderwijs, zouden we een vertekend beeld krijgen van ons onderwijs. Het GO! pleit er daarom voor om de Vlaamse toetsen standaard af te nemen bij alle leerlingen die het gemeenschappelijk curriculum volgen en de mogelijkheid tot opt-in voor de andere leerlingen. Voor het lager onderwijs verwijzen we naar afname bij leerlingen in type 3, 4, 6, 7 en 9. Het GO! vraagt ook de mogelijkheid voor een opt-in voor de andere onderwijstypes.  

STANDPUNT 8: Het GO! pleit voor een zo inclusief mogelijke toetsafname. Alle leerlingen die recht hebben op redelijke aanpassingen en REDICODIS-maatregelen moeten daar ook gebruik van kunnen maken bij het afleggen van de Vlaamse toetsen. 

STANDPUNT 9: Het GO! pleit voor afname bij zoveel mogelijk leerlingen met een IAC. 

STANDPUNT 10: Het GO! pleit ervoor om de toetsen standaard af te nemen bij leerlingen uit het buitengewoon onderwijs die het gemeenschappelijk curriculum volgen en voor de mogelijkheid tot opt-in voor de andere leerlingen.


2.2 Een leerwinstbenadering volgens het GO!

Het GO! vindt het positief dat het regeerakkoord focust op het afnemen van toetsen op vier verschillende tijdstippen en het meten van leerwinst, maar heeft hierbij ook enkele bedenkingen. Voor het GO! is leerwinst meer dan een toename van cognitieve kennis van leerlingen gedurende een bepaalde periode. Het GO! tracht met haar leerlingen een maximale ontwikkeling van zowel cognitieve als niet-cognitieve talenten na te streven en erkent ook het grote belang van sociale en emotionele intelligentie. Daarnaast vraagt het GO! zich af of leerwinst wel kan worden gemeten op schoolniveau tussen het tweede en het zesde middelbaar. Leerlingen veranderen in die periode vaak van school, starten met een specifiek studiedomein en moeten eindtermen met een hogere mate van complexiteit bereiken.   

Binnen haar muren kiest elke GO! school voor een sociale mix: leerlingen met verschillende achtergronden volgen er samen les en klasgroepen worden heterogeen samengesteld. Daarom vindt het GO! het belangrijk om steeds de context mee te nemen wanneer de leerwinst van een groep leerlingen wordt berekend voor een school of scholengemeenschap. Om de resultaten juist te interpreteren, is het belangrijk om te controleren voor verschillende achtergrondkenmerken. Het GO! pleit daarom voor opname van achtergrondkenmerken op het niveau van de leerling (bv. geslacht, migratie-achtergrond, thuistaal en SES) en op het niveau van de school (bv. schoolcompositie, schoolgrootte en stedelijkheid). Uit wetenschappelijk onderzoek weten we dat dergelijke kenmerken van invloed zijn op de leerprestaties van leerlingen, maar dat ze los staan van de kwaliteit van het geleverde onderwijs. Bijkomend vraagt het GO! om een literatuurstudie op te zetten om te onderzoeken voor welke bijkomende achtergrondkenmerken nog moet worden gecontroleerd in het leerwinstmodel. Het GO! vraagt ten slotte om zowel de bruto- als nettoscores (brutoscore gecontroleerd op achtergrondkenmerken) samen weer te geven.  

STANDPUNT 11: Het GO! pleit ervoor om leerwinst op schoolniveau goed te contextualiseren.  

STANDPUNT 12: Het GO! wil de opname van achtergrondkenmerken in het uiteindelijke leerwinstmodel en vraagt om zowel bruto- als nettoscores samen weer te geven. 


3. Enkele organisatorische aandachtspunten voor het GO! 

3.1 Aandachtspunten voor concrete uitvoering van de afname

Het GO! vindt het belangrijk om duidelijk te maken wie de implementatie van de Vlaamse toetsen op zich zal nemen binnen de scholen. Het GO! stelt zich hierbij de volgende vragen: wie zal de taken opnemen tijdens de voorbereidingsfase van de toetsafname (voorzien in infrastructuur, ICT-materiaal, lokalen, aanvraag van toetsaanpassingen...), tijdens de toetsafname (toekennen van toetsaanpassingen, begeleiden van de toetsafname, technische ondersteuning,…) en erna (feedbackrapporten bezorgen aan de juiste collega’s, hoe zullen de gegevens aangewend worden op schoolniveau…)?  

STANDPUNT 13: Het GO! vraagt om een implementatieplan met aandacht voor wie de taken en rollen zal opnemen in de voorbereidingsfase en de afname van de toets zelf. Het GO! vraagt daarbij ook aandacht voor de koppeling van rapportages aan de informatiebehoeften van scholen. 


3.2
Randvoorwaarden voor een goed gebruik van de resultaten

Er zijn voor het GO! enkele randvoorwaarden voor een goed gebruik van de resultaten op de Vlaamse toetsen in de onderwijspraktijk.  

Randvoorwaarde 1: duidelijke, bruikbare en co-gecreëerde rapportages zijn fundamenteel 

Het GO! pleit voor een participatieve aanpak van feedbackrapportages waarbij inspraak van de onderwijsprofessionals centraal staat. De rapportages moeten worden opgesteld in cocreatie met de doelgroep, zodat deze ook aansluiten op hun informatiebehoeftes. Daarnaast moeten rapportages worden afgestemd op het toetsdoel, de doelgroep en de toetsinhoud, zodat leerlingen, lerarenteams en schoolleiders handvatten krijgen voor een goede zelfreflectie. 

Randvoorwaarde 2: intensieve ondersteuning bij het interpreteren van de resultaten en mogelijkheid tot professionalisering 

Volgens het GO! is er ondersteuning nodig bij de interpretatie van de schoolfeedbackrapporten, het leggen van de link tussen de data en een ontwikkelingsgericht actieplan of schoolontwikkelingsplan én het uitvoeren en evalueren van dit actieplan. Datageletterdheid en het beschikken over voldoende onderzoeksvaardigheden moeten scholen in staat stellen om onderbouwde beslissingen te nemen in het kader van hun interne kwaliteitszorg. De PBD-GO! zet al sterk in op het ondersteunen van een data-ondersteunde schoolcultuur en datagedreven leiderschap en kan een belangrijke rol spelen in de professionalisering van leraren en schoolleiders. Hierbij is het belangrijk dat onderwijsprofessionals voldoende tijd en ruimte ingeroosterd krijgen om zich didactisch-pedagogisch bij te scholen waar nodig. 

STANDPUNT 14: Er zijn voor het GO! randvoorwaarden voor een goed gebruik van de resultaten in de onderwijspraktijk: (1) duidelijke, bruikbare en co-gecreëerde rapportages en (2) intensieve ondersteuning bij het interpreteren van de resultaten en professionalisering met erkenning van de cruciale rol van de PBD-GO!  


3.3 Aandachtspunten voor de verplichte begeleidingstrajecten

Het GO! vindt het onwenselijk dat negatieve resultaten op de Vlaamse toetsen rechtstreeks zouden leiden tot een verplichte begeleiding van scholen. Het GO! vindt wel dat herhaalde negatieve resultaten op de Vlaamse toetsen automatisch aanleiding moeten kunnen geven tot een snellere doorlichting door de inspectie. De inspectie kan de resultaten op de Vlaamse toetsen zien als een aanvullende informatiebron binnen de reguliere doorlichting en spreekt vervolgens een kwaliteitsoordeel uit op basis van het R-OK, waaruit eventueel een begeleidingstraject kan voortvloeien. Het besluit tot een verplichte begeleiding kan dus pas worden genomen na weging en contextualisering door de onderwijsinspectie binnen de reguliere doorlichting. De focus ligt hierbij altijd op hoe de scholen omgaan met de resultaten en hoe ze deze gebruiken in hun kwaliteitszorg.  

Het GO! vraagt om de ruime expertise van de PBD-GO! te gebruiken om begeleidingen op scholen uit te werken. De PBD-GO! beschikt namelijk over de nodige ervaring en vertrouwensrelaties met de scholen om op een doeltreffende wijze begeleidingstrajecten op maat uit te voeren. De PBD-GO! moet hiervoor inzage krijgen in de resultaten op schoolniveau en deze rol vraagt om bijkomende middelen. 

STANDPUNT 15: Herhaalde significante negatieve resultaten op de Vlaamse toetsen resulteren in een snellere doorlichting door de Vlaamse inspectie. Vervolgens spreekt de inspectie in deze versnelde doorlichting een gecontextualiseerd kwaliteitsoordeel uit op basis van het R-OK. Uit een negatieve doorlichting zal een begeleidingstraject voortvloeien. 

STANDPUNT 16: Voor de begeleiding pleit het GO! om de ruime expertise van de PBD-GO! te gebruiken, en daarvoor ook de nodige middelen te voorzien. 


4. Juridische aspecten 

4.1 Vlaamse toetsen en het legaliteitsbeginsel

Het GO! is van mening dat voor de invoering van de Vlaamse toetsen een nieuw decreet moet worden opgesteld. Het grondwettelijk hof oordeelde dat algemene maatregelen op het vlak van kwaliteit in het met overheidsmiddelen verstrekt onderwijs een essentieel aspect is van de inrichting van onderwijs, en dus voorbehouden aan de decreetgever. In dat decreet kan bepaald worden dat onderwijsverstrekkers en onderwijskoepels de Vlaamse toetsen afnemen met als doel te waken over de kwaliteit van het onderwijs. Daarnaast  bevat het decreet de essentiële elementen zoals wie de betrokkenen zijn, wat de doelstellingen zijn en welke actoren over welke gegevens kunnen beschikken.  

4.2 Actieve openbaarheid van resultaten versus vermijden van publieke rankings

De overheid wenst het ontstaan van publieke rankings van scholen te vermijden, maar wenst ook een bepaalde vorm van actieve openbaarheid van de resultaten. De resultaten van een leerling op de Vlaamse toetsen zouden niet onder de openbaarheid van bestuur vallen, omdat dit persoonsgegevens zijn. Indien de overheid rankings voor intern gebruik zou opstellen, kan er toegang worden verkregen op basis van openbaarheid van bestuur, tenzij de openbaarmaking van deze rankings de persoonlijke levenssfeer zou schenden van specifieke leerlingen. Indien een groot deel van de leerlingen of scholen zouden samenwerken, kan er een ranking worden opgesteld zonder dat hiervoor de openbaarheid van bestuur nodig is. Per slot van rekening is er het parlementair controlerecht. Om dat recht uit te oefenen kan een parlementslid vragen stellen aan ministers. De conclusie is dat ook zo gegevens publiek kunnen worden. 

Het GO! vreest dat er een interpretatie in termen van rangordeningen zal ontstaan als er digitaal een lijst wordt gepubliceerd waarbij van iedere school een enkele gemiddelde score wordt gegeven. Een wettelijk verbod lijkt, gezien bovenstaande argumenten, niet effectief. Het GO! vindt dat er een degelijk en sluitend juridisch kader nodig is om te garanderen dat de overheid, scholen of andere actoren de resultaten niet publiek mogen maken.  

Enkele mogelijkheden om rankings tegen te gaan zijn: 

- betrouwbaarheidsintervallen rapporteren en score-ranges rapporteren; 

- diverse correcties rapporteren (gecontroleerd voor o.a. SES-kenmerken, schoolcompositie, moedertaal…); 

- pas rapporteren als er gegevens verzameld zijn over meerdere jaren; 

- focussen op kwalitatieve gegevens (geen exacte scores).  

Het GO! vraagt om het oneigenlijk gebruik van rankings ook in het decreet op te nemen. Juridisch moet worden voorkomen dat scholen reclame maken met de resultaten op de Vlaamse toetsen. 

STANDPUNT 17: Het GO! vraagt om de Vlaamse toetsen op te nemen in een nieuw decreet. 

STANDPUNT 18: Het GO! vraagt concrete maatregelen om oneigenlijk gebruik van rankings tegen te gaan.

Wat zegt de Vlaamse Overheid?

De beleidsnota Onderwijs voorziet de introductie van gevalideerde, gestandaardiseerde en genormeerde proeven, kortweg Vlaamse toetsen, in het lager en secundair onderwijs. In 2020 besliste de Vlaamse Regering om een consortium onder leiding van de UGent te erkennen en te betoelagen als steunpunt voor de periode 2020-2025. Intussen zijn haalbaarheidsstudies opgeleverd, met het oog op de start van de afname vanaf 2022-2023: één naar pedagogisch-psychometrische aspecten, één naar organisatorische aspecten en één naar technische/juridische aspecten 

1. Wat zegt het regeerakkoord over de Vlaamse toetsen?

Ik volg de kwaliteit van ons onderwijs op via gevalideerde, gestandaardiseerde en genormeerde proeven en hou zo de vinger aan de pols. Op die manier breng ik de leerwinst van jongeren in kaart en krijgen we zicht op de scores van elk kind. Deze instrumenten meten zowel de mate dat de leerlingen de eindtermen bereiken, de leerwinst van individuele leerlingen als de leerwinst op schoolniveau. We bekijken dit ook in internationaal verband. Ik vraag aan een onafhankelijke instantie om deze kwaliteitsinstrumenten te ontwikkelen, dit met betrokkenheid van de onderwijsverstrekkers. De proeven zijn per definitie net- en koepeloverschrijdend en focussen in eerste instantie op Nederlands (begrijpend lezen, schrijven, grammatica) en wiskunde. Alle scholen nemen de proeven af bij alle leerlingen op twee momenten in het lager onderwijs en aan het einde van de eerste en de derde graad van het secundair onderwijs. Op termijn vervangen deze meetinstrumenten de bestaande proeven. De resultaten koppel ik op leerling- en schoolniveau terug naar de scholen en stel ik op individueel niveau, maar geanonimiseerd ter beschikking aan de overheid, de onderwijsinspectie, de onderwijsverstrekkers en onderzoekers. Ook voor de toelatingsproeven en andere proeven koppel ik op deze manier terug naar de secundaire scholen. Het is absoluut niet mijn bedoeling om een rangschikking van scholen op te stellen, wel om de leerwinst te vergroten. Aan de hand van de resultaten van de net- en koepeloverschrijdende proeven, dient er bijgestuurd te worden waar nodig. Scholen waarvan de leerlingen significant minder leerwinst genereren op deze gevalideerde, gestandaardiseerde en genormeerde proeven, moeten in een vrij te kiezen begeleidingstraject stappen met als doel de kwaliteit van hun onderwijs te verhogen”. 

2. Beleidsintenties van de overheid

2.1 Hoe ziet de overheid de toetsen?

Ze zijn gestandaardiseerde, genormeerde en gevalideerde net- en koepeloverschrijdende toetsen, met als doel de interne kwaliteitszorg van scholen te ondersteunen en de onderwijskwaliteit te versterken. Ze worden centraal opgesteld, afgenomen, verwerkt en geanalyseerd. De toetsen focussen in eerste instantie op Nederlands (begrijpend lezen, schrijven, grammatica) en wiskunde.

2.2 Doelstellingen volgens de overheid?

- De kwaliteit van het onderwijs opvolgen.
- De mate waarin leerlingen de onderwijsdoelen bereiken en de leerwinst van individuele leerlingen en scholen meten en vergroten.
- Het leerproces van de leerlingen ondersteunen.
- Scholen en personeel een extra hulpmiddel bieden om de kwaliteitszorg te ondersteunen.
- Onderwijskwaliteit versterken waar nodig door scholen die minder goed scoren te begeleiden.

2.3 Wie moet de toetsen afleggen volgens de overheid?

Het is de bedoeling om zoveel mogelijk leerlingen uit het basis en secundair onderwijs te laten deelnemen. In principe legt elke leerling in het leerplichtonderwijs vier keer zo’n toets af. Ze worden afgenomen op het einde van het 4e en 6e leerjaar bao en de 1e en 3e graad so. Er wordt hierbij zo inclusief mogelijk gewerkt en voor leerlingen die het nodig hebben, worden redelijke aanpassingen georganiseerd. 

2.4 Hoe worden de toetsen volgens de overheid afgenomen?

De toetsen worden digitaal afgenomen. Het is de bedoeling om dit op school te organiseren volgens een gestandaardiseerde procedure die gelijk is voor alle scholen. 

2.5 Wanneer wil de overheid de toetsen invoeren? 

BASISONDERWIJS 

Schooljaar 

Toetsafname 

2022-2023 

Kalibratiestudie in het 4e leerjaar basisonderwijs 

2023-2024 

Eerste afname in het 4e leerjaar basisonderwijs 

2024-2025 

Kalibratiestudie in het 6e leerjaar basisonderwijs 

2025-2026 

Eerste afname in het 6e leerjaar basisonderwijs 

SECUNDAIR ONDERWIJS 

Schooljaar 

Toetsafname 

2022-2023 

Kalibratiestudie in het 2e leerjaar secundair onderwijs  

2023-2024 

Eerste afname in het 2e leerjaar secundair onderwijs   

2025-2026 

Kalibratiestudie in het 6e leerjaar secundair onderwijs 

2026-2027 

Eerste afname in het 6e leerjaar secundair onderwijs 

2.6 Wat moet er volgens de overheid met de resultaten gebeuren? 

De toetsresultaten zijn een instrument omhet leerproces van de leerlingen te ondersteunen en de onderwijskwaliteit te verbeteren. De overheid geeft ook aan hoe ze dit verder ziet voor leerlingen, leraren en scholen. 

2.6.1 Voor leerlingen en leraren

De resultaten worden teruggekoppeld naar de leerlingen en hun leraren om het leerproces richting te geven en hen te ondersteunen. Voor leraren zijn de resultaten een maatstaf om te reflecteren over de kwaliteit van hun onderwijs. Leraren worden niet geëvalueerd op basis van de toetsresultaten van hun klas. Voor leerlingen kunnen de resultaten door de klassenraadworden meegenomen in hun globale beoordeling, maar zijn ze niet doorslaggevend voor de studievoortgang en -oriëntering. 

2.6.2 Voor scholen

Voor scholen zijn de resultaten een belangrijke bron om het proces van interne kwaliteitszorg te onderzoeken en te verbeteren. Via de toetsresultaten wordt er nagegaan of de school en de leerlingen een selectie aan onderwijsdoelen bereiken.  

De resultaten op schoolniveau worden gedeeld met de onderwijsinspectie. Dit gaat alleen over de resultaten op schoolniveau, niet over de resultaten op klas- en leerlingniveau. De onderwijsinspectie gebruikt de toetsresultaten in combinatie met andere gegevens van de school. De inspectie blijft scholen doorlichten om tot een advies en een doorlichtingsverslag te komen. Het referentiekader voor Onderwijskwaliteit (R-OK) definieert de kwaliteitsverwachtingen over de leerresultaten van de leerlingen en de toetsen zijn een extra instrument om de leereffecten in kaart te brengen. 

Een school met significant minder leerwinst, volgt verplicht een vrij te kiezen begeleidingstrajectom de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. 

Veelgestelde vragen

Zelf nog een vraag? Stuur ze naar info@g-o.be